Woordenboek |
a |
|
| Actual Span: | Afstand van het duimgat tot de vingergaten dichtst bij het centrum, inclusief duimslug en/of vingerdoppen. (zie ook True span, full span) |
| Angle of entry: | Soort hoek of graden die de bal aflegt richting de pocket, gemeten parallel aan de boards. |
| Angular velocity: | Rotatie of omwenteling snelheid die aan de bal is meegegeven door de bowler. (zie ook Rotational energy) |
| Arc: | De weg die bal de af legt van foutlijn naar headpin zonder een scherpe hoek of een definieerbaar breekpunt. |
| Axis of rotation: | Denkbeeldige lijn, loodrecht op de track van de bal waar een bowlingbal omheen draait tijdens zijn weg naar de pins. |
| Axis Point: | Word gevonden aan de hand van de bowlers track. Is het einde van een denkbeeldige lijn waar de bal omheen draait tijdens zijn weg naar de pins. |
| Axis leverage: | Wijze van boren waarbij het label of CG (center of gravity),het zwaartepunt, is geplaatst op de bowler positieve as en de pin gepositioneerd is tussen de positieve as en het centrum van de grip,normaal boven de denkbeeldige lijn van de positieve as naar de ringvinger. |
| Axis tilt: | De hoek tussen de as van de bal en het horizontale vlak van de baan, welke veroorzaakt wordt door de bowler tijdens de release, |
| Axis rotation: | De hoek tussen voorwaartse kracht en de omwentelingskracht. De graden die de as gedraaid is ten opzichte van de boards. |
| Axis weight: | Methode van boren waarbij het gewichtsblok zo is gepositioneerd dat de massa evenwichtig verdeeld is rond de denkbeeldige as (zie ook : pin on the axis) |

